Eenzaamheid, wat is dat eigenlijk?

Ben je net verhuisd, ontslagen of loopt jouw relatie niet zo lekker en voel je je onbegrepen? In dat geval kan het zijn dat je eenzame gevoelens ervaart. Dat gevoel van eenzaamheid komt bij bijna iedereen weleens naar boven. In veel gevallen zal dit al snel verdwijnen naar de achtergrond, maar niet altijd. Drieënveertig procent van de Nederlandse volwassenen voelt zich namelijk wel eens eenzaam. Dit percentage stijgt naarmate mensen ouder zijn. Maar wat is eenzaamheid eigenlijk? En wat is de relatie tussen eenzaamheid en depressie?

Lees verder

Wat als Blue Monday er dinsdag ook nog is?

door Marie-José van Tol

Blue Monday?

Maandag 15 januari is het weer zover, blue Monday. De meest deprimerende dag van het jaar. Maar het is niet de meest depressieve dag van het jaar. Want depressie is geen kwestie van een dag, maar van weken. En niet alleen in januari, maar in grote delen van het jaar. Toch is Blue Monday een mooie gelegenheid om meer aandacht voor depressie en het taboe daarop te vragen. Zo vindt maandag in Den Bosch het jaarlijkse Depressiegala plaats, een benefietavond vol optredens om depressie volop deze aandacht te geven.

Blue Monday, Tuesday, Wednesday…..

Maar wat als maandag niet de enige dag van de week is dat jij je ‘blue’ voelt, maar er sprake is van een depressie die wel weken duurt? Dan is het verstandig om naar de huisarts te gaan en te bespreken welke hulp het beste past. Want depressie is een serieus probleem dat om een serieuze behandeling vraagt. Twijfel dus niet om je zorgen en depressieve klachten met iemand te bespreken, dat kan ook online of telefonisch.

Nooit meer Blue Monday

Mocht je in het verleden depressief zijn geweest, dan zie je graag de depressieve dagen, inclusief Blue Monday, nooit meer terug. Dat is niet eenvoudig, want 40 tot 70% van de mensen die hersteld is van een depressie, maakt binnen 2 jaar na herstel een nieuwe depressieve periode door. Gelukkig is daar wel wat aan te doen. Voor een overzicht van alle preventie-methoden om depressie te voorkomen, bekijk hier de brochure.

Zo is bijvoorbeeld bekend dat door het volgen van een korte preventieve cognitieve training, de kans om terug te vallen aanzienlijk te verminderen is. In het UMC in Groningen wordt op dit moment onderzocht hoe die training werkt en wat de rol van de hersenen daarbij is. Het is nog mogelijk om in kader van deze studie de training kosteloos te ontvangen in vrijwel het hele land. Kijk voor meer informatie op www.depressiestudie.com. Hopelijk dragen we met dit onderzoek bij aan dat Blue Monday voor veel mensen tot het verleden gaat behoren.

 

Over de auteur van deze blogpost:

Marie-José van Tol is werkzaam als universitair docent op de afdeling Neurowetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Marie-José is neuropsycholoog en als hoofdonderzoeker verbonden aan de Depressiestudie (www.depressiestudie.com), waar ze met haar team onderzoekt hoe preventieve cognitieve therapie werkt in het voorkomen van nieuwe depressies.

Hoe prikkelbaar bent u? Resultaten van het UMCG Publieksonderzoek.

Tijdens de publieksdag van de Hersenstichting op 12 oktober jl. onderzochten wetenschappers van de UMCG Depressiestudie ‘hoe prikkelbaar bent u?’, ofwel ben je sneller afgeleid door negatieve informatie uit je omgeving als je een prikkelbare stemming hebt? Hier werd enthousiast op gereageerd en massaal aan meegedaan, maar liefst honderd mensen werden onderzocht in het gelegenheidslaboratorium in congrescentrum de Doelen in Rotterdam. Maar hoe zit dat nu?

In het kort:

Op basis van ons publieksonderzoek kunnen we inderdaad concluderen dat als je een prikkelbare stemming hebt, je meer afgeleid bent door niet-relevante negatieve informatie. Dit is zelfs zo als je deze negatieve informatie niet bewust waarneemt. Maar, dat is niet bij iedereen zo. We zagen dit alleen bij mensen die ook last hadden van emotionele problemen in het dagelijks leven. Bij de mensen zonder emotionele problemen, was er geen verband tussen prikkelbare stemming en de afleiding voor negatieve informatie. De resultaten van het publieksonderzoek lijken ook aan te sluiten bij de afleidbaarheid die gezien wordt bij mensen die vaker depressief zijn geweest, zoals momenteel wordt onderzocht in de UMCG Depressiestudie. Deze verhoogde gevoeligheid voor negatieve omgevingprikkels kan deels verklaren waarom mensen met emotionele problemen zich vaak sneller en ook langer negatief voelen. Omdat zij meer negatiefs waarnemen, kan dit hun stemming negatief kleuren, waardoor ze nog meer negatiefs zien. Een negatieve spiraal dus.

Lees verder

Uitkomsten publieksonderzoek

Beste deelnemer!

Afgelopen donderdag heeft u zich hard ingespannen voor ons publieksonderzoek ‘hoe prikkelbaar bent u’? Volgende week maken we in de nieuwsbrief van de Hersenstichting bekend wat het onderzoek heeft opgeleverd, maar u kunt vast uw eigen scores inzien in dit bestand: resultaten publieksonderzoek. Als u nog weet onder welk nummer u deelnam (wellicht staat het op de sticker die u van ons kreeg), kunt u in dit bestand opzoeken hoe uw stemming was, hoe goed u de taak volbracht hebt, en ook in welke mate u afleidbaar bleek voor negatieve informatie.

Het onderzoek in het kort

Nog even uw geheugen opfrissen: wat heeft u allemaal gedaan? Eerst vulde u een vragenlijst in om de aanwezigheid van negatieve emoties te beoordelen. In de tweede kolom van het bestand (algemene niveau negatieve emoties) kunt u zien hoe uw emoties zich tot de groep verhouden, dus heeft u veel minder, gemiddelde, of veel meer negatieve emoties? In de derde kolom staat hoe prikkelbaar u zich voelde, ten opzichte van de andere onderzoeksdeelnemers.

Ook voerde u een taak achter de computer uit. Hier zag u steeds een streepje, dat liggend of staand in beeld kwam. Kort daarna kreeg u nog een streepje te zien. Uw opdracht was om te beoordelen of de streepjes dezelfde oriëntatie hadden, dus beide liggend/staand waren of juist de één liggend en de ander staand, terwijl het niet uitmaakte aan welke kant van het scherm de streepjes verschenen. Misschien had u het wel gezien, wellicht ook niet, maar tussen het verschijnen van de streepjes door zag u steeds een plaatje. Soms was dat plaatje vrij akelig, en soms ook neutraal. Hierdoor konden we meten of u meer afgeleid was bij het beoordelen van de oriëntatie van de streepjes, zelfs als er maar heel kort (500 milliseconde!) een plaatje in beeld verscheen. In de vierde kolom van het blad vindt u hoeveel van de streepjes u goed ingedeeld had in ‘dezelfde oriëntatie’ of ‘een andere oriëntatie’. In de laatste kolom vindt u tenslotte of u langer deed over het beslissen over de oriëntatie als er tussen de streepjes een negatief plaatje werd getoond, en dus hoe afleidbaar u was voor plaatjes die negatief van aard waren.

Hoe interpreteer ik deze uitkomsten?

De uitkomsten zeggen iets over hoe u op dat moment de taak heeft gedaan. Dus mocht u score nu tegenvallen, schrik daar niet van. Het was ontzettend rumoerig en druk op de publieksdag, dus van opperste concentratie kon bij veel mensen geen sprake zijn. De omstandigheden waaronder we het onderzoek uitvoerden waren verre van ideeal om een uitspraak te kunnen doen over bijvoorbeeld uw concentratie.

En als u er nu achter komt dat u afleidbaar was voor negatieve informatie, dan is dat niet persé slecht. Negatieve informatie is ook vaak relevant voor onze overleving, want er kan gevaar dreigen. Heel fijn dus dat uw brein daar voorrang aan geeft. Bij mensen met depressie kan deze voorrangsregeling wel eens wat al te dominant zijn, waarbij positieve informatie bijvoorbeeld niet meer opgemerkt wordt. Dit kan dan verklaren waarom mensen met depressie vaak een negatievere blik op zichzelf, de wereld om hen heen en de toekomst hebben. Maar in dit korte publieksonderzoek konden we niet ook onderzoeken hoe u bijvoorbeeld met positieve informatie omgaat. Daar was simpelweg geen tijd voor.

Belang

Waarom dit allemaal van belang is voor ons onderzoek dat door de Hersenstichting gefinancierd wordt, dat kunt u volgende week nog uitgebrieder lezen in de nieuwsbrief van de Hersenstichting.

In de UMCG Depressiestudie onderzoeken we met steun van de Hersenstichting wat mensen kwetsbaar maakt om vaker depressief te worden, en hoe preventieve therapie werkt in het voorkomen van terugval. Wellicht kent u nog iemand voor wie deelname aan dit onderzoek interessant is. In dat geval vindt u hier meer informatie over de studie, of u kunt deze persoon een kijkje laten nemen op onze website: www.depressiestudie.com. Deelname is nog mogelijk. In het kader van de studie kunnen mensen kosteloos preventieve cognitieve therapie ontvangen, die in vrijwel het hele land wordt aangeboden.

Bent u geïnteresseerd in het onderwerp depressie, volg ons dan op facebook of twitter, of neem een kijkje in ons blog-archief.

We willen u nogmaals hartelijk danken voor uw deelname aan ons live-onderzoek. Graag tot ziens!

 

 

In therapie als de depressie weer voorbij is? De voordelen op een rij.

Stel, je bent depressief geweest. Dat was een vreselijke periode, maar gelukkig is het voorbij. Je kijkt (meestal) weer vol goede moed naar de toekomst, maar toch knaagt het, zal het niet weer eens terugkomen? Maar kun je eigenlijk iets doen om de kans dat het terugkomt zo klein mogelijk te maken? En wat dan? In deze blog vertelt Sara over haar ervaringen met het volgen van therapie op het moment dat ze géén depressieve klachten had, juist om een volgende depressie te voorkomen. Wat voor voordelen heeft dat? Haar therapeut, GZ-psycholoog dr. Arianne van Reedt Dortland, licht toe.

Lees verder

FACT CHECK: Vrouwenbrein actiever en dus gevoeliger voor depressie?

Bij het lezen van het nieuwsbericht op o.a. GGZ-nieuws,  NEDKAD en Scientas waarin gesteld wordt dat het vrouwenbrein veel actiever is dan het mannenbrein, dacht ik direct aan de Amerikaanse huwelijksexpert Mark Gungor. In een populair fragment geeft hij zijn komische blik op het verschil tussen het mannen- en vrouwenbrein. Hij stelt het brein voor als een verzameling dozen, waarbij in elke doos een vaardigheid, kennisgebied of onderwerp zit. De man opent en sluit de doosjes uiterst voorzichtig, en vooral: één voor één. Het vrouwenbrein daarentegen is een hectische bijenkorf: alle doosjes zijn vaak tegelijk open en alles lijkt aan alles gerelateerd. Het is een hilarisch stukje wat veel herkenning oplevert bij het publiek.

Het vrouwenbrein daarentegen zou een hectische bijenkorf zijn waarin ALLES aan ALLES is gerelateerd. Een hilarische sketch.

Maar klopt dat beeld? Is in het vrouwenbrein de bedrading uitgebreider aangelegd, waardoor hersengebieden veel intensiever communiceren en het brein veel drukker is dan bij mannen? En is het mannenbrein veel beheerster, maar ook minder flexibel  dan bij vrouwen?

In de wetenschappelijke literatuur is hier gelukkig heel wat over te vinden. Zo is bekend dat volwassen mannen over het algemeen een groter brein hebben dan volwassen vrouwen2 en ook  de gebieden in het brein die belangrijk zijn voor het verwerken van emotionele prikkels zijn groter bij mannen 2. Tegelijkertijd is gebleken dat vrouwen gemiddeld genomen juist meer activatie in deze emotie-gebieden laten zien wanneer ze emotionele informatie waarnemen3, terwijl mannen dan meer activiteit laten zien in gebieden belangrijk voor aandachtscontrole. En inderdaad, het vrouwenbrein lijkt meer communicatie te hebben tussen hersengebieden 4.

“Het vrouwenbrein is veel actiever en daarom zijn dat vrouwen kwetsbaarder voor angst en depressie”. Klopt dit wel?

Deze week kwam in het nieuws dat het vrouwenbrein veel actiever is en dat vrouwen daardoor kwetsbaarder zijn voor angst en depressie. Amerikaanse wetenschappers zouden dit concluderen op basis van de analyse van vele hersenscans. De resultaten zijn gepubliceerd in het internationale tijdschrift Journal of Alzheimer’s disease.

“O ja”, denk ik dan, “interessant”. Maar waarom worden deze resultaten in een Alzheimer vakblad gepubliceerd? Claimen de auteurs van het originele artikel wel dat vrouwen hierdoor kwetsbaarder zijn voor angst en depressie? Of is dit een conclusie die door iemand anders getrokken is, omdat het wel lekker klinkt? Reden genoeg om de originele studie eens na te lezen en te vertalen naar de geïnteresseerde lezer.

En?

In het kort: Vele hersengebieden bleken in deze zeer grote studie meer actief bij vrouwen dan bij mannen. Of mensen depressief waren of niet, maakte hiervoor niet uit. De gebieden die de grootste verschillen lieten zien waren de limbische gebieden (waaronder de amygdala), frontale en prefrontale hersengebieden. Deze gebieden zijn belangrijk voor verwerking van emotionele informatie en voor cognitief functioneren, zoals aandacht, taalverwerking en geheugen.

De onderzoekers concluderen dat geslacht in belangrijke mate bepaalt hoe actief het brein is en raden dan ook aan hier bij SPECT-onderzoek rekening mee te houden. Een mooie en bescheiden conclusie op basis van een zeer omvangrijke dataset. Deze conclusie lijkt ook goed te passen bij onderzoeken waarbij gebruik is gemaakt van functionele MRI3. Goed dus om in al het breinonderzoek rekening te houden met man/vrouw-verschillen.

Maar zeggen de auteurs ook iets over dat dit verschil in activiteit verklaart dat vrouwen kwetsbaarder zijn voor angst en depressie? Nee, dat doen ze niet. Ze laten zelfs zien dat het man/vrouw-verschil niet groter is bij depressie. Maar is dat dan geen logische conclusie gezien angst en depressie vaker voorkomt bij vrouwen? Nee, dat is het ook niet per se. De veelheid aan gebieden die meer actief bleken spreekt dat namelijk tegen. Het was niet zo dat bijvoorbeeld alleen gebieden die belangrijk zijn voor het verwerken van primaire angstprikkels of negatieve gevoelens meer actief waren. Ook de gebieden die verondersteld worden meer controle over emoties uit te oefenen, bijvoorbeeld delen van de prefrontale schors, waren meer actief bij vrouwen dan bij mannen. Bij depressie en angst wordt juist gedacht dat die frontale cortex minder controle uitoefent, wat gepaard gaat met juist minder activatie. Deze verminderde controle, samen met de hogere gevoeligheid van de limbische gebieden wordt als een verstoorde balans gezien, die kan verklaren waarom mensen meer angst en depressie ervaren. Maar omdat in deze studie de limbische gebieden én de frontale schors meer actief waren bij vrouwen, lijkt er geen sprake van een grotere verstoorde balans. Dus dat deze verstoorde balans groter is bij vrouwen, of dat de verschillen in breinactivatie tussen mannen en vrouwen gerelateerd zijn aan depressies en angst, kan niet geconcludeerd worden op basis van deze studie. En dat doen de auteurs ook niet.

Een verstoorde balans tussen limbische en corticale hersengebieden (d.w.z. de gebieden in de hersenschors, grofweg de buitenkant van het brein) lijkt onderliggend te zijn aan depressie en angst. Maar dat deze disbalans groter is bij vrouwen kan niet geconcludeerd worden op basis van deze studie.

Wil je meer lezen over wat er precies is onderzocht en hoe? Lees dan verder.

Lees verder

DEPRESSIEF, NAAR DE HUISARTS, EN DAN?

In het kort:

Depressie wordt op de lange termijn gekenmerkt door restklachten en terugval in nieuwe depressies. Dat is een van de conclusies van een Nederlandse studie die deze week gepubliceerd is in het Internationale vaktijdschrift Journal of Affective Disorders1.

Voor de meeste mensen zal dat geen verrassing zijn. Toch is het voor het eerst dat het aantal klachten en de hoeveelheid terugval in de jaren na de depressie in kaart is gebracht bij mensen die in de huisartsenpraktijk behandeld worden. Het onderzoek laat zien dat driekwart van de mensen in tien jaar tijd minstens nog één depressie doormaakte en dat de meeste mensen in die tien jaar langere tijd medicatie gebruikten. Het type behandeling dat mensen in eerste instantie kregen, maakte niet uit voor hoe vaak mensen terugvielen en hoeveel medicatie ze gebruikten. Wel leek het zo dat de mensen die een aanvullende behandeling kregen gericht op het veranderen van denk- en gedragspatronen, minder ernstige klachten hadden naar verloop van tijd. Er wordt dan ook aangeraden om deze cognitieve gedragstherapie meer voor te schrijven in de huisartsenpraktijk en de effecten te vergelijken met meer standaardzorg.

Driekwart van de mensen met een depressie valt tenminste eenmaal terug in een nieuwe depressie in tien jaar tijd. En dat is veel.

Wil je meer weten wat er nu precies is gevonden, hoe het onderzoek uitgevoerd is, en wat we aan deze kennis hebben? Lees dan de rest van deze blogpost.
Lees verder