NIEUWSBRIEF: Zomereditie 2018

Het is weer zomer en tijd voor een nieuwe nieuwsbrief van de UMCG Depressiestudie. Vijf pagina’s vol nieuws en weetjes, met informatie over de voortgang van de studie, wat eerste resultaten, een blog over eenzaamheid, en natuurlijk de Depressiestudie-puzzel.

Lees snel verder!

UMCG Depressiestudie Nieuwsbrief 2018 – Zomereditie

Hersenstichting publieksdag – LIVE ONDERZOEK: Hoe prikkelbaar bent u?

Bent u gevoelig voor omgevingsprikkels zoals pratende collega’s, een boze blik van uw partner, of een serie stoplichten dat op rood staat? En wordt u van die prikkels weleens wat chagrijnig, prikkelbaar, gespannen of ronduit opvliegend? En kan aan uw pupil al afgelezen worden of u een rustig of juist opvliegend type bent? En wat zegt dat over hoe uw hersenen functioneren? Al deze vragen zijn onderwerp van het live-onderzoek getiteld ‘hoe prikkelbaar bent u?’, dat het Universitair Medisch Centrum Groningen uitvoert op de 25e landelijke publieksdag ‘Hersenen en prikkels’ van de Hersenstichting op donderdag 12 oktober in Rotterdam.

In het UMCG gelegenheidslab kijken we hoe u onbewust voorrang geeft aan negatieve informatie en hoe dit samenhangt met uw stemming. Ook meten we het gedrag van uw oog: waar kijkt u naar en hoe reageert u pupil daarop? Ondertussen kunt u luisteren naar mini-colleges van Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef over het brein, depressie, cognitie en de pupilreactie. Want de Hersenstichting financiert ook onderzoek naar depressie, een zeer veel voorkomende stemmingsstoornis. Zo ook de UMCG depressiestudie, waar onderzocht wordt hoe preventieve therapie werkt in het voorkomen van terugval in depressie en wat de rol van de hersenen daarbij is. Kijk hier voor meer informatie. Er zijn nog kaarten beschikbaar.

 

Kijk hier voor de persoonlijke uitkomsten in het geval u mee heeft gedaan aan het live-onderzoek. Daarvoor hartelijk dank!

FACT CHECK: Vrouwenbrein actiever en dus gevoeliger voor depressie?

Bij het lezen van het nieuwsbericht op o.a. GGZ-nieuws,  NEDKAD en Scientas waarin gesteld wordt dat het vrouwenbrein veel actiever is dan het mannenbrein, dacht ik direct aan de Amerikaanse huwelijksexpert Mark Gungor. In een populair fragment geeft hij zijn komische blik op het verschil tussen het mannen- en vrouwenbrein. Hij stelt het brein voor als een verzameling dozen, waarbij in elke doos een vaardigheid, kennisgebied of onderwerp zit. De man opent en sluit de doosjes uiterst voorzichtig, en vooral: één voor één. Het vrouwenbrein daarentegen is een hectische bijenkorf: alle doosjes zijn vaak tegelijk open en alles lijkt aan alles gerelateerd. Het is een hilarisch stukje wat veel herkenning oplevert bij het publiek.

Het vrouwenbrein daarentegen zou een hectische bijenkorf zijn waarin ALLES aan ALLES is gerelateerd. Een hilarische sketch.

Maar klopt dat beeld? Is in het vrouwenbrein de bedrading uitgebreider aangelegd, waardoor hersengebieden veel intensiever communiceren en het brein veel drukker is dan bij mannen? En is het mannenbrein veel beheerster, maar ook minder flexibel  dan bij vrouwen?

In de wetenschappelijke literatuur is hier gelukkig heel wat over te vinden. Zo is bekend dat volwassen mannen over het algemeen een groter brein hebben dan volwassen vrouwen2 en ook  de gebieden in het brein die belangrijk zijn voor het verwerken van emotionele prikkels zijn groter bij mannen 2. Tegelijkertijd is gebleken dat vrouwen gemiddeld genomen juist meer activatie in deze emotie-gebieden laten zien wanneer ze emotionele informatie waarnemen3, terwijl mannen dan meer activiteit laten zien in gebieden belangrijk voor aandachtscontrole. En inderdaad, het vrouwenbrein lijkt meer communicatie te hebben tussen hersengebieden 4.

“Het vrouwenbrein is veel actiever en daarom zijn dat vrouwen kwetsbaarder voor angst en depressie”. Klopt dit wel?

Deze week kwam in het nieuws dat het vrouwenbrein veel actiever is en dat vrouwen daardoor kwetsbaarder zijn voor angst en depressie. Amerikaanse wetenschappers zouden dit concluderen op basis van de analyse van vele hersenscans. De resultaten zijn gepubliceerd in het internationale tijdschrift Journal of Alzheimer’s disease.

“O ja”, denk ik dan, “interessant”. Maar waarom worden deze resultaten in een Alzheimer vakblad gepubliceerd? Claimen de auteurs van het originele artikel wel dat vrouwen hierdoor kwetsbaarder zijn voor angst en depressie? Of is dit een conclusie die door iemand anders getrokken is, omdat het wel lekker klinkt? Reden genoeg om de originele studie eens na te lezen en te vertalen naar de geïnteresseerde lezer.

En?

In het kort: Vele hersengebieden bleken in deze zeer grote studie meer actief bij vrouwen dan bij mannen. Of mensen depressief waren of niet, maakte hiervoor niet uit. De gebieden die de grootste verschillen lieten zien waren de limbische gebieden (waaronder de amygdala), frontale en prefrontale hersengebieden. Deze gebieden zijn belangrijk voor verwerking van emotionele informatie en voor cognitief functioneren, zoals aandacht, taalverwerking en geheugen.

De onderzoekers concluderen dat geslacht in belangrijke mate bepaalt hoe actief het brein is en raden dan ook aan hier bij SPECT-onderzoek rekening mee te houden. Een mooie en bescheiden conclusie op basis van een zeer omvangrijke dataset. Deze conclusie lijkt ook goed te passen bij onderzoeken waarbij gebruik is gemaakt van functionele MRI3. Goed dus om in al het breinonderzoek rekening te houden met man/vrouw-verschillen.

Maar zeggen de auteurs ook iets over dat dit verschil in activiteit verklaart dat vrouwen kwetsbaarder zijn voor angst en depressie? Nee, dat doen ze niet. Ze laten zelfs zien dat het man/vrouw-verschil niet groter is bij depressie. Maar is dat dan geen logische conclusie gezien angst en depressie vaker voorkomt bij vrouwen? Nee, dat is het ook niet per se. De veelheid aan gebieden die meer actief bleken spreekt dat namelijk tegen. Het was niet zo dat bijvoorbeeld alleen gebieden die belangrijk zijn voor het verwerken van primaire angstprikkels of negatieve gevoelens meer actief waren. Ook de gebieden die verondersteld worden meer controle over emoties uit te oefenen, bijvoorbeeld delen van de prefrontale schors, waren meer actief bij vrouwen dan bij mannen. Bij depressie en angst wordt juist gedacht dat die frontale cortex minder controle uitoefent, wat gepaard gaat met juist minder activatie. Deze verminderde controle, samen met de hogere gevoeligheid van de limbische gebieden wordt als een verstoorde balans gezien, die kan verklaren waarom mensen meer angst en depressie ervaren. Maar omdat in deze studie de limbische gebieden én de frontale schors meer actief waren bij vrouwen, lijkt er geen sprake van een grotere verstoorde balans. Dus dat deze verstoorde balans groter is bij vrouwen, of dat de verschillen in breinactivatie tussen mannen en vrouwen gerelateerd zijn aan depressies en angst, kan niet geconcludeerd worden op basis van deze studie. En dat doen de auteurs ook niet.

Een verstoorde balans tussen limbische en corticale hersengebieden (d.w.z. de gebieden in de hersenschors, grofweg de buitenkant van het brein) lijkt onderliggend te zijn aan depressie en angst. Maar dat deze disbalans groter is bij vrouwen kan niet geconcludeerd worden op basis van deze studie.

Wil je meer lezen over wat er precies is onderzocht en hoe? Lees dan verder.

Lees verder