Wat als Blue Monday er dinsdag ook nog is?

door Marie-José van Tol

Blue Monday?

Maandag 15 januari is het weer zover, blue Monday. De meest deprimerende dag van het jaar. Maar het is niet de meest depressieve dag van het jaar. Want depressie is geen kwestie van een dag, maar van weken. En niet alleen in januari, maar in grote delen van het jaar. Toch is Blue Monday een mooie gelegenheid om meer aandacht voor depressie en het taboe daarop te vragen. Zo vindt maandag in Den Bosch het jaarlijkse Depressiegala plaats, een benefietavond vol optredens om depressie volop deze aandacht te geven.

Blue Monday, Tuesday, Wednesday…..

Maar wat als maandag niet de enige dag van de week is dat jij je ‘blue’ voelt, maar er sprake is van een depressie die wel weken duurt? Dan is het verstandig om naar de huisarts te gaan en te bespreken welke hulp het beste past. Want depressie is een serieus probleem dat om een serieuze behandeling vraagt. Twijfel dus niet om je zorgen en depressieve klachten met iemand te bespreken, dat kan ook online of telefonisch.

Nooit meer Blue Monday

Mocht je in het verleden depressief zijn geweest, dan zie je graag de depressieve dagen, inclusief Blue Monday, nooit meer terug. Dat is niet eenvoudig, want 40 tot 70% van de mensen die hersteld is van een depressie, maakt binnen 2 jaar na herstel een nieuwe depressieve periode door. Gelukkig is daar wel wat aan te doen. Voor een overzicht van alle preventie-methoden om depressie te voorkomen, bekijk hier de brochure.

Zo is bijvoorbeeld bekend dat door het volgen van een korte preventieve cognitieve training, de kans om terug te vallen aanzienlijk te verminderen is. In het UMC in Groningen wordt op dit moment onderzocht hoe die training werkt en wat de rol van de hersenen daarbij is. Het is nog mogelijk om in kader van deze studie de training kosteloos te ontvangen in vrijwel het hele land. Kijk voor meer informatie op www.depressiestudie.com. Hopelijk dragen we met dit onderzoek bij aan dat Blue Monday voor veel mensen tot het verleden gaat behoren.

 

Over de auteur van deze blogpost:

Marie-José van Tol is werkzaam als universitair docent op de afdeling Neurowetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Marie-José is neuropsycholoog en als hoofdonderzoeker verbonden aan de Depressiestudie (www.depressiestudie.com), waar ze met haar team onderzoekt hoe preventieve cognitieve therapie werkt in het voorkomen van nieuwe depressies.

DEPRESSIEF, NAAR DE HUISARTS, EN DAN?

In het kort:

Depressie wordt op de lange termijn gekenmerkt door restklachten en terugval in nieuwe depressies. Dat is een van de conclusies van een Nederlandse studie die deze week gepubliceerd is in het Internationale vaktijdschrift Journal of Affective Disorders1.

Voor de meeste mensen zal dat geen verrassing zijn. Toch is het voor het eerst dat het aantal klachten en de hoeveelheid terugval in de jaren na de depressie in kaart is gebracht bij mensen die in de huisartsenpraktijk behandeld worden. Het onderzoek laat zien dat driekwart van de mensen in tien jaar tijd minstens nog één depressie doormaakte en dat de meeste mensen in die tien jaar langere tijd medicatie gebruikten. Het type behandeling dat mensen in eerste instantie kregen, maakte niet uit voor hoe vaak mensen terugvielen en hoeveel medicatie ze gebruikten. Wel leek het zo dat de mensen die een aanvullende behandeling kregen gericht op het veranderen van denk- en gedragspatronen, minder ernstige klachten hadden naar verloop van tijd. Er wordt dan ook aangeraden om deze cognitieve gedragstherapie meer voor te schrijven in de huisartsenpraktijk en de effecten te vergelijken met meer standaardzorg.

Driekwart van de mensen met een depressie valt tenminste eenmaal terug in een nieuwe depressie in tien jaar tijd. En dat is veel.

Wil je meer weten wat er nu precies is gevonden, hoe het onderzoek uitgevoerd is, en wat we aan deze kennis hebben? Lees dan de rest van deze blogpost.
Lees verder