NIEUWSBRIEF: Zomereditie 2018

Het is weer zomer en tijd voor een nieuwe nieuwsbrief van de UMCG Depressiestudie. Vijf pagina’s vol nieuws en weetjes, met informatie over de voortgang van de studie, wat eerste resultaten, een blog over eenzaamheid, en natuurlijk de Depressiestudie-puzzel.

Lees snel verder!

UMCG Depressiestudie Nieuwsbrief 2018 – Zomereditie

Eenzaamheid, wat is dat eigenlijk?

Ben je net verhuisd, ontslagen of loopt jouw relatie niet zo lekker en voel je je onbegrepen? In dat geval kan het zijn dat je eenzame gevoelens ervaart. Dat gevoel van eenzaamheid komt bij bijna iedereen weleens naar boven. In veel gevallen zal dit al snel verdwijnen naar de achtergrond, maar niet altijd. Drieënveertig procent van de Nederlandse volwassenen voelt zich namelijk wel eens eenzaam. Dit percentage stijgt naarmate mensen ouder zijn. Maar wat is eenzaamheid eigenlijk? En wat is de relatie tussen eenzaamheid en depressie?

Lees verder

Wat als Blue Monday er dinsdag ook nog is?

door Marie-José van Tol

Blue Monday?

Maandag 15 januari is het weer zover, blue Monday. De meest deprimerende dag van het jaar. Maar het is niet de meest depressieve dag van het jaar. Want depressie is geen kwestie van een dag, maar van weken. En niet alleen in januari, maar in grote delen van het jaar. Toch is Blue Monday een mooie gelegenheid om meer aandacht voor depressie en het taboe daarop te vragen. Zo vindt maandag in Den Bosch het jaarlijkse Depressiegala plaats, een benefietavond vol optredens om depressie volop deze aandacht te geven.

Blue Monday, Tuesday, Wednesday…..

Maar wat als maandag niet de enige dag van de week is dat jij je ‘blue’ voelt, maar er sprake is van een depressie die wel weken duurt? Dan is het verstandig om naar de huisarts te gaan en te bespreken welke hulp het beste past. Want depressie is een serieus probleem dat om een serieuze behandeling vraagt. Twijfel dus niet om je zorgen en depressieve klachten met iemand te bespreken, dat kan ook online of telefonisch.

Nooit meer Blue Monday

Mocht je in het verleden depressief zijn geweest, dan zie je graag de depressieve dagen, inclusief Blue Monday, nooit meer terug. Dat is niet eenvoudig, want 40 tot 70% van de mensen die hersteld is van een depressie, maakt binnen 2 jaar na herstel een nieuwe depressieve periode door. Gelukkig is daar wel wat aan te doen. Voor een overzicht van alle preventie-methoden om depressie te voorkomen, bekijk hier de brochure.

Zo is bijvoorbeeld bekend dat door het volgen van een korte preventieve cognitieve training, de kans om terug te vallen aanzienlijk te verminderen is. In het UMC in Groningen wordt op dit moment onderzocht hoe die training werkt en wat de rol van de hersenen daarbij is. Het is nog mogelijk om in kader van deze studie de training kosteloos te ontvangen in vrijwel het hele land. Kijk voor meer informatie op www.depressiestudie.com. Hopelijk dragen we met dit onderzoek bij aan dat Blue Monday voor veel mensen tot het verleden gaat behoren.

 

Over de auteur van deze blogpost:

Marie-José van Tol is werkzaam als universitair docent op de afdeling Neurowetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Marie-José is neuropsycholoog en als hoofdonderzoeker verbonden aan de Depressiestudie (www.depressiestudie.com), waar ze met haar team onderzoekt hoe preventieve cognitieve therapie werkt in het voorkomen van nieuwe depressies.

Hoe prikkelbaar bent u? Resultaten van het UMCG Publieksonderzoek.

Tijdens de publieksdag van de Hersenstichting op 12 oktober jl. onderzochten wetenschappers van de UMCG Depressiestudie ‘hoe prikkelbaar bent u?’, ofwel ben je sneller afgeleid door negatieve informatie uit je omgeving als je een prikkelbare stemming hebt? Hier werd enthousiast op gereageerd en massaal aan meegedaan, maar liefst honderd mensen werden onderzocht in het gelegenheidslaboratorium in congrescentrum de Doelen in Rotterdam. Maar hoe zit dat nu?

In het kort:

Op basis van ons publieksonderzoek kunnen we inderdaad concluderen dat als je een prikkelbare stemming hebt, je meer afgeleid bent door niet-relevante negatieve informatie. Dit is zelfs zo als je deze negatieve informatie niet bewust waarneemt. Maar, dat is niet bij iedereen zo. We zagen dit alleen bij mensen die ook last hadden van emotionele problemen in het dagelijks leven. Bij de mensen zonder emotionele problemen, was er geen verband tussen prikkelbare stemming en de afleiding voor negatieve informatie. De resultaten van het publieksonderzoek lijken ook aan te sluiten bij de afleidbaarheid die gezien wordt bij mensen die vaker depressief zijn geweest, zoals momenteel wordt onderzocht in de UMCG Depressiestudie. Deze verhoogde gevoeligheid voor negatieve omgevingprikkels kan deels verklaren waarom mensen met emotionele problemen zich vaak sneller en ook langer negatief voelen. Omdat zij meer negatiefs waarnemen, kan dit hun stemming negatief kleuren, waardoor ze nog meer negatiefs zien. Een negatieve spiraal dus.

Lees verder

Uitkomsten publieksonderzoek

Beste deelnemer!

Afgelopen donderdag heeft u zich hard ingespannen voor ons publieksonderzoek ‘hoe prikkelbaar bent u’? Volgende week maken we in de nieuwsbrief van de Hersenstichting bekend wat het onderzoek heeft opgeleverd, maar u kunt vast uw eigen scores inzien in dit bestand: resultaten publieksonderzoek. Als u nog weet onder welk nummer u deelnam (wellicht staat het op de sticker die u van ons kreeg), kunt u in dit bestand opzoeken hoe uw stemming was, hoe goed u de taak volbracht hebt, en ook in welke mate u afleidbaar bleek voor negatieve informatie.

Het onderzoek in het kort

Nog even uw geheugen opfrissen: wat heeft u allemaal gedaan? Eerst vulde u een vragenlijst in om de aanwezigheid van negatieve emoties te beoordelen. In de tweede kolom van het bestand (algemene niveau negatieve emoties) kunt u zien hoe uw emoties zich tot de groep verhouden, dus heeft u veel minder, gemiddelde, of veel meer negatieve emoties? In de derde kolom staat hoe prikkelbaar u zich voelde, ten opzichte van de andere onderzoeksdeelnemers.

Ook voerde u een taak achter de computer uit. Hier zag u steeds een streepje, dat liggend of staand in beeld kwam. Kort daarna kreeg u nog een streepje te zien. Uw opdracht was om te beoordelen of de streepjes dezelfde oriëntatie hadden, dus beide liggend/staand waren of juist de één liggend en de ander staand, terwijl het niet uitmaakte aan welke kant van het scherm de streepjes verschenen. Misschien had u het wel gezien, wellicht ook niet, maar tussen het verschijnen van de streepjes door zag u steeds een plaatje. Soms was dat plaatje vrij akelig, en soms ook neutraal. Hierdoor konden we meten of u meer afgeleid was bij het beoordelen van de oriëntatie van de streepjes, zelfs als er maar heel kort (500 milliseconde!) een plaatje in beeld verscheen. In de vierde kolom van het blad vindt u hoeveel van de streepjes u goed ingedeeld had in ‘dezelfde oriëntatie’ of ‘een andere oriëntatie’. In de laatste kolom vindt u tenslotte of u langer deed over het beslissen over de oriëntatie als er tussen de streepjes een negatief plaatje werd getoond, en dus hoe afleidbaar u was voor plaatjes die negatief van aard waren.

Hoe interpreteer ik deze uitkomsten?

De uitkomsten zeggen iets over hoe u op dat moment de taak heeft gedaan. Dus mocht u score nu tegenvallen, schrik daar niet van. Het was ontzettend rumoerig en druk op de publieksdag, dus van opperste concentratie kon bij veel mensen geen sprake zijn. De omstandigheden waaronder we het onderzoek uitvoerden waren verre van ideeal om een uitspraak te kunnen doen over bijvoorbeeld uw concentratie.

En als u er nu achter komt dat u afleidbaar was voor negatieve informatie, dan is dat niet persé slecht. Negatieve informatie is ook vaak relevant voor onze overleving, want er kan gevaar dreigen. Heel fijn dus dat uw brein daar voorrang aan geeft. Bij mensen met depressie kan deze voorrangsregeling wel eens wat al te dominant zijn, waarbij positieve informatie bijvoorbeeld niet meer opgemerkt wordt. Dit kan dan verklaren waarom mensen met depressie vaak een negatievere blik op zichzelf, de wereld om hen heen en de toekomst hebben. Maar in dit korte publieksonderzoek konden we niet ook onderzoeken hoe u bijvoorbeeld met positieve informatie omgaat. Daar was simpelweg geen tijd voor.

Belang

Waarom dit allemaal van belang is voor ons onderzoek dat door de Hersenstichting gefinancierd wordt, dat kunt u volgende week nog uitgebrieder lezen in de nieuwsbrief van de Hersenstichting.

In de UMCG Depressiestudie onderzoeken we met steun van de Hersenstichting wat mensen kwetsbaar maakt om vaker depressief te worden, en hoe preventieve therapie werkt in het voorkomen van terugval. Wellicht kent u nog iemand voor wie deelname aan dit onderzoek interessant is. In dat geval vindt u hier meer informatie over de studie, of u kunt deze persoon een kijkje laten nemen op onze website: www.depressiestudie.com. Deelname is nog mogelijk. In het kader van de studie kunnen mensen kosteloos preventieve cognitieve therapie ontvangen, die in vrijwel het hele land wordt aangeboden.

Bent u geïnteresseerd in het onderwerp depressie, volg ons dan op facebook of twitter, of neem een kijkje in ons blog-archief.

We willen u nogmaals hartelijk danken voor uw deelname aan ons live-onderzoek. Graag tot ziens!

 

 

Hersenstichting publieksdag – LIVE ONDERZOEK: Hoe prikkelbaar bent u?

Bent u gevoelig voor omgevingsprikkels zoals pratende collega’s, een boze blik van uw partner, of een serie stoplichten dat op rood staat? En wordt u van die prikkels weleens wat chagrijnig, prikkelbaar, gespannen of ronduit opvliegend? En kan aan uw pupil al afgelezen worden of u een rustig of juist opvliegend type bent? En wat zegt dat over hoe uw hersenen functioneren? Al deze vragen zijn onderwerp van het live-onderzoek getiteld ‘hoe prikkelbaar bent u?’, dat het Universitair Medisch Centrum Groningen uitvoert op de 25e landelijke publieksdag ‘Hersenen en prikkels’ van de Hersenstichting op donderdag 12 oktober in Rotterdam.

In het UMCG gelegenheidslab kijken we hoe u onbewust voorrang geeft aan negatieve informatie en hoe dit samenhangt met uw stemming. Ook meten we het gedrag van uw oog: waar kijkt u naar en hoe reageert u pupil daarop? Ondertussen kunt u luisteren naar mini-colleges van Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef over het brein, depressie, cognitie en de pupilreactie. Want de Hersenstichting financiert ook onderzoek naar depressie, een zeer veel voorkomende stemmingsstoornis. Zo ook de UMCG depressiestudie, waar onderzocht wordt hoe preventieve therapie werkt in het voorkomen van terugval in depressie en wat de rol van de hersenen daarbij is. Kijk hier voor meer informatie. Er zijn nog kaarten beschikbaar.

 

Kijk hier voor de persoonlijke uitkomsten in het geval u mee heeft gedaan aan het live-onderzoek. Daarvoor hartelijk dank!

In therapie als de depressie weer voorbij is? De voordelen op een rij.

Stel, je bent depressief geweest. Dat was een vreselijke periode, maar gelukkig is het voorbij. Je kijkt (meestal) weer vol goede moed naar de toekomst, maar toch knaagt het, zal het niet weer eens terugkomen? Maar kun je eigenlijk iets doen om de kans dat het terugkomt zo klein mogelijk te maken? En wat dan? In deze blog vertelt Sara over haar ervaringen met het volgen van therapie op het moment dat ze géén depressieve klachten had, juist om een volgende depressie te voorkomen. Wat voor voordelen heeft dat? Haar therapeut, GZ-psycholoog dr. Arianne van Reedt Dortland, licht toe.

Lees verder